Onderwijsprogramma

We hanteren de volgende speerpunten bij het opstellen en uitvoeren van ons onderwijsprogramma:

  • De mentor moet goed zicht hebben en houden op zijn mentorleerlingen.
  • Het is belangrijk dat leerlingen van diverse leerroutes elkaar ontmoeten en samen werken, spelen en leren.
  • We willen altijd doelgericht werken richting uitstroom.

Het voortgezet speciaal onderwijs bestaat uit twee fases, de basisvorming (tot 15 jaar) en de specialisatiefase (vanaf 15 jaar).

De basisvorming

De mentor heeft een stamgroep met leerlingen uit leerroutes 1, 2 en 3 of 3 en 4. Hieraan geeft de mentor (samen met onderwijsondersteuners) de volgende vakken: schriftelijke en mondelinge taal, rekenen en wiskunde, mens en maatschappij, Engels, sociale vaardigheden, portfolio en arbeidsoriëntatie en mens, natuur en techniek.

Tijdens de praktijkvakken komen leerlingen uit verschillende leerroutes samen. Het gaat dan om de vakken consumptief (koken en horeca), groen, techniek, dienstverlening (huishoudkunde en facilitair), ambachtelijk werk (zoals atelier) en de keuzecursussen (omgaan met vrije tijd).

Specialisatiefase

Leerlingen die op 1 augustus rond de 15 jaar zijn, komen in de specialisatiefase. Een leerling kiest in samenspraak met ouders en mentor voor een combinatie van sectoren, bijvoorbeeld groen en techniek. In een stamgroep zitten leerlingen uit verschillende leerroutes bij elkaar. De leerlingen uit de stamgroep komen bij elkaar aan het begin en einde van de dag, bij verjaardagen, bij mentorlessen, oriëntatielessen en bijvoorbeeld bij het onderdeel burgerschap.